ECLI:NL:CRVB:2013:BY8512
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag pensioen Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 wegens onvoldoende bewijs verzetsdeelname
Betrokkene, geboren in 1921, diende in maart 2008 een aanvraag in voor een pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Wbp). De Stichting 1940-1945 kon niet bevestigen dat betrokkene deelnam aan verzetsactiviteiten zoals hulp aan Joodse landgenoten, sabotage of koerierswerk. Verweerder wees de aanvraag in mei 2009 af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het onderzoek van de Stichting zorgvuldig was en dat appellanten geen bewijs konden aanvoeren om het te ontkrachten. Hoewel betrokkene als vrijwilligster van het Rode Kruis tijdens de oorlog actief was en bombardementen had doorstaan, kwalificeert dit niet als verzetsactiviteiten volgens de Wbp. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep vermoedelijk in beide fasen was overschreden. De procedure duurde langer dan de maximaal toelaatbare termijn van tweeënhalf jaar. Daarom werd het onderzoek heropend voor een nadere uitspraak over een mogelijke schadevergoeding wegens deze termijnoverschrijding, waarbij de Staat der Nederlanden als partij wordt betrokken.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 10 januari 2013.
Uitkomst: De aanvraag voor pensioen wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van verzetsdeelname; het onderzoek naar schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt heropend.