ECLI:NL:CRVB:2013:BY8607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na medische beoordeling
Appellant meldde zich ziek na een bedrijfsongeval en ontving aanvankelijk een WIA-uitkering die werd geweigerd omdat hij geschikt was voor bepaalde functies met minder dan 35% verdiencapaciteitsverlies. Later kreeg hij een Ziektewetuitkering die per 28 april 2011 werd beëindigd omdat hij geschikt werd geacht voor arbeid volgens de WIA-beoordeling.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beëindiging en verwees naar een operatie op 26 juli 2011, die volgens hem zijn arbeidsongeschiktheid bevestigde. De bezwaarverzekeringsarts had het dossier onderzocht, inclusief informatie van de huisarts en neuroloog, en concludeerde dat appellant geschikt was voor de geduide functies.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de operatie na de datum van beëindiging ligt, waardoor deze niet tot een ander oordeel leidt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant wordt terecht beëindigd per 28 april 2011 omdat hij geschikt is voor geduide functies.