ECLI:NL:CRVB:2013:BY8653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- W.F. Claessens
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffing arbeidsverplichtingen en oplegging sociale activering bij WWB
Appellante ontvangt sinds 1998 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en was tot november 2009 ontheven van arbeidsverplichtingen vanwege medische beperkingen. Na een medisch-arbeidskundig onderzoek concludeerde het college dat zij duurzaam beperkt is in fysieke belasting maar medisch gezien fulltime kan werken. De arbeidskundige stelde vast dat reguliere arbeid niet reëel is, maar vrijwilligerswerk als eerste stap naar werk wel passend is.
Het college verleende appellante ontheffing van de actieve arbeidsverplichtingen, maar legde haar de verplichting op mee te werken aan een traject gericht op sociale activering, waaronder vrijwilligerswerk twee dagdelen per week. Appellante voerde aan dat zij daartoe niet in staat was, verwijzend naar een brief van haar huisarts die haar ongeschikt achtte voor reguliere arbeid.
De Raad oordeelt dat deze brief niet impliceert dat zij ook niet kan deelnemen aan het vrijwilligerswerk zoals aangeboden. De ontheffing betreft alleen de actieve arbeidsverplichtingen, niet de sociale activering. Appellante bracht geen nieuwe medische gegevens in die de eerdere adviezen ondermijnen. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 8 januari 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verplichting tot sociale activering blijft gehandhaafd.