ECLI:NL:CRVB:2013:BY8922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvragen wegens onvoldoende inlichtingenplicht nagekomen
Appellant en zijn partner dienden in 2009 twee aanvragen om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven. Beide aanvragen werden afgewezen omdat appellant onvoldoende gegevens verstrekte over zijn en zijn partner's financiële situatie, waardoor het college niet kon vaststellen of zij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de tweede afwijzing ongegrond en herroept de eerste afwijzing, waarbij de aanvraag alsnog werd afgewezen wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht. In hoger beroep voerde appellant aan dat het college niet terug mocht vragen tot januari 2008 en dat hij voldoende inzicht had gegeven in zijn situatie.
De Raad oordeelde dat het college gerechtigd was om bankafschriften vanaf januari 2008 op te vragen vanwege onduidelijkheden over contante stortingen. Appellant slaagde er niet in met controleerbare gegevens aan te tonen dat hij en zijn partner in die periode in hun levensonderhoud hadden voorzien, onder meer omdat vermeende spaargelden, contante bedragen en leningen niet voldoende waren onderbouwd.
Daarom bevestigde de Raad de afwijzing van de bijstandsaanvragen en wees het verzoek om schadevergoeding af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 januari 2013.
Uitkomst: De bijstandsaanvragen zijn terecht afgewezen wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht.