ECLI:NL:CRVB:2013:BY8927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en wijziging van bijstandsverlaging wegens verwijtbare gedragingen
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en kregen meerdere verlagingen opgelegd wegens vermeende verwijtbare gedragingen, zoals het niet accepteren van algemeen geaccepteerd werk en het niet verschijnen op oproepen voor gesprekken in het kader van arbeidsinschakeling.
De rechtbank had de beroepen van appellanten ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad vernietigt het besluit waarbij de bijstand met 50% werd verlaagd wegens weigering van algemeen geaccepteerd werk door appellant, omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat hij zich schuldig maakte aan deze gedraging. Voor appellante is de verlaging wegens onvoldoende sollicitatiepogingen terecht opgelegd.
Voorts oordeelt de Raad dat het niet verschijnen op oproepen voor gesprekken kwalificeert als een gedraging van de tweede categorie en niet van de derde, waardoor de duur van de maatregel onterecht is verdubbeld. De Raad verlaagt de bijstand met 40% voor een maand in plaats van 50% voor twee maanden. Daarnaast wordt het besluit over de verlaging wegens inwonende kinderen deels bevestigd en deels verworpen.
Ten slotte veroordeelt de Raad het dagelijks bestuur tot vergoeding van schade en proceskosten aan appellanten en bepaalt dat de uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten.
Uitkomst: De bijstand van appellanten wordt deels vernietigd en gewijzigd met lagere verlagingen, en het dagelijks bestuur wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.