ECLI:NL:CRVB:2013:BY8969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onterecht geweigerde WW-uitkering wegens ontbreken geldige chauffeurspas
Appellant was sinds 5 december 2005 werkzaam als taxichauffeur en had hiervoor een chauffeurspas nodig. Vanaf 27 februari 2011 beschikte hij niet meer over een geldige pas, waardoor zijn werkgever hem geen werkzaamheden meer kon laten verrichten en het loon stopzette. Het dienstverband werd vervolgens opgezegd met inachtneming van de opzegtermijn.
Het UWV weigerde de WW-uitkering op grond van verwijtbare werkloosheid, stellende dat een arbeidsrechtelijke dringende reden bestond omdat appellant niet over een chauffeurspas beschikte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat sprake was van een dringende reden.
In hoger beroep betoogde appellant dat het niet zijn verantwoordelijkheid was om tijdig over een geldige pas te beschikken, maar slechts om deze aan te vragen. De Raad oordeelde dat het ontbreken van een chauffeurspas geen directe noodzaak tot onmiddellijke beëindiging van het dienstverband geeft en dat het UWV ten onrechte de WW-uitkering heeft geweigerd. Omdat de Raad niet over alle benodigde gegevens beschikte, werd het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het UWV heeft ten onrechte de WW-uitkering geweigerd wegens het ontbreken van een chauffeurspas; een nieuw besluit moet worden genomen.