ECLI:NL:CRVB:2013:BY9018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Appellant ontving vanaf 2 maart 2009 een WW-uitkering. Het UWV legde op 8 september 2010 een maatregel op waarbij de uitkering met 25% werd verlaagd voor vier maanden, vanwege onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de periode van 17 mei tot en met 30 augustus 2010.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering over de relevante beoordelingsperioden en het aantal sollicitatieverplichtingen, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep betoogde appellant dat hij voldoende had gesolliciteerd en dat een lagere maatregel passend was.
De Raad oordeelde dat appellant slechts drie verifieerbare sollicitaties had verricht in de relevante periode en dat de overige sollicitaties niet konden worden bevestigd. De opgelegde maatregel van 25% verlaging gedurende vier maanden is conform de wettelijke regels. Van verminderde verwijtbaarheid is geen sprake, zodat het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 25% gedurende vier maanden wordt bevestigd wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten.