ECLI:NL:CRVB:2013:BY9136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en verlaging bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand sinds 2000 en werd in maart 2009 betrapt op het exploiteren van een hennepkwekerij in zijn woning. Het college trok de bijstand in wegens schending van de inlichtingenverplichting en weigerde een nieuwe aanvraag na weigering van een huisbezoek.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraken deels. De Raad oordeelt dat het college terecht de bijstand over de periode 15 januari tot en met 26 maart 2009 introk vanwege het niet melden van de hennepkwekerij. Echter, het college had geen redelijke grond voor een huisbezoek op 3 september 2009, waardoor de intrekking vanaf 3 september onrechtmatig was.
De Raad vernietigt daarom de besluiten die de bijstand vanaf 3 september intrekken en de afwijzing van de aanvraag van 23 september 2009. De verlaging van de bijstand met 40% voor een maand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand vanaf 3 september 2009 wordt vernietigd, de verlaging met 40% voor een maand bevestigd, en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.