ECLI:NL:CRVB:2013:BY9266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing bijstandsaanvraag en toekenning bijstand met rentevergoeding
Appellant diende een aanvraag om bijstand in die aanvankelijk buiten behandeling werd gesteld omdat hij niet op afspraken verscheen. Later werd de aanvraag afgewezen wegens het niet verstrekken van gevraagde bankafschriften. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat er geen sprake was van schending van de inlichtingenplicht omdat de aanvraag buiten behandeling was gesteld. Na nadere informatieverstrekking en het overleggen van bankafschriften kende het college alsnog bijstand toe over de periode van 18 juni tot 24 september 2008.
De Raad vernietigde het besluit van 13 november 2008 en verklaarde het beroep gegrond, maar verklaarde het beroep tegen het latere besluit van 22 mei 2012 ongegrond. De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van wettelijke rente over de vertraagde uitbetaling van de bijstand vanaf 1 maart 2012, de dag waarop appellant de bankafschriften overlegde.
Verder werd het onderzoek heropend voor een nadere uitspraak over een verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad wees een vergoeding van proceskosten af omdat appellant niet tijdig aan het verzoek om inlichtingen had voldaan, wat de procedures had kunnen voorkomen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente.