ECLI:NL:CRVB:2013:BY9300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als receptioniste, viel in 1996 uit wegens psychische klachten en kreeg vanaf 1997 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 2006 werd haar uitkering ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht.
Na bezwaar en beroep werden verschillende medische en arbeidsdeskundige rapporten overlegd, waaronder van een neuroloog, psychiater en neuropsycholoog. De deskundigen konden geen objectieve stoornissen vaststellen die een hogere arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden. De rechtbank vernietigde het eerdere besluit wegens onvoldoende motivering en gebrekkige medische grondslag en beval een nieuw besluit.
Het Uwv handhaafde het intrekkingsbesluit na nieuw onderzoek. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bezwaren van appellante onvoldoende waren onderbouwd en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst adequaat waren gemotiveerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het intrekkingsbesluit bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.