ECLI:NL:CRVB:2013:BY9337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Huuropbrengsten uit verhuurde woning worden gekort op bijstand zonder verrekening hypotheeklasten
Appellante bezit twee koopwoningen, waarvan zij er één verhuurt voor €950 per maand. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam kende haar bijstand toe, waarbij de huurinkomsten op de bijstand werden gekort. Appellante stelde dat zij de huuropbrengsten nodig had om de hypotheeklasten te betalen en dat zij daardoor niet redelijkerwijs over deze inkomsten kon beschikken.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de huuropbrengsten op een bankrekening worden gestort waar appellante vrij over kan beschikken, zodat zij deze middelen redelijkerwijs kan aanwenden voor haar levensonderhoud.
Verder wees de Raad het beroep van appellante af om de hypotheeklasten te verrekenen met de huurinkomsten, omdat de WWB een ander inkomensbegrip hanteert dan de Belastingdienst en geen ruimte biedt voor verrekening van verwervingskosten. De Raad verwees naar vaste rechtspraak dat dergelijke verrekening niet is toegestaan.
Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Huurinkomsten worden gekort op bijstand zonder verrekening van hypotheeklasten; hoger beroep afgewezen.