ECLI:NL:CRVB:2014:2308
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1935, heeft een aanvraag ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer volgens de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), gebaseerd op gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan haar ervaringen tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat niet is aangetoond dat appellante persoonlijk is getroffen door oorlogsgeweld in de zin van de Wubo. Appellante verbleef op plantages waar geen sprake was van internering of vrijheidsberoving en zij was niet getuige van mishandelingen of direct geweld. De mishandeling van haar moeder en het wegvoeren van haar vader zijn niet voldoende om te spreken van directe confrontatie met oorlogsgeweld.
De Raad benadrukt dat alleen persoonlijke ervaringen van oorlogsgeweld relevant zijn en dat de Wubo een beperkte strekking heeft. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van persoonlijk oorlogsgeweld.