ECLI:NL:CRVB:2013:BY9655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging medische beoordeling en uitkeringsbesluiten WAO en ZW na herbeoordeling
Appellante heeft sinds 1995 een WAO-uitkering op basis van 80% arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordelingen in 2004, 2007 en uiteindelijk in 2010 is vastgesteld dat haar beperkingen niet verder gaan dan opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De rechtbank vernietigde het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar medische situatie niet verbeterd was. De Raad oordeelde dat het dossier en de medische beoordelingen, inclusief aanvullingen van huisarts en specialisten, geen aanleiding geven tot twijfel over de juistheid van de FML en de medische beoordeling.
Ten aanzien van de Ziektewet-uitkering (ZW) werd vastgesteld dat appellante per 11 juli 2011 geschikt was voor haar arbeid. Ondanks toegenomen pijnklachten was er geen sprake van nieuwe medische afwijkingen die tot een andere beoordeling leidden. De Raad verwierp het beroep en bevestigde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische beoordeling juist was.
De Raad hechtte geen waarde aan de later toegekende WSW-indicatie omdat deze niet relevant was voor de medische situatie op de datum in geding. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door M.C. Bruning op 18 januari 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de medische beoordelingen en uitkeringsbesluiten worden bevestigd.