ECLI:NL:CRVB:2013:BY9987
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO- en ZW-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant, voormalig steigerbouwer, ontving sinds 1999 een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid na een bedrijfsongeval. Na herbeoordeling in 2006 werd zijn uitkering verlaagd en uiteindelijk ingetrokken in 2007 toen hij weer werkte. In 2009 meldde hij zich ziek en ontving een ZW-uitkering die in 2010 werd beëindigd omdat hij weer arbeid kon verrichten.
Appellant voerde een verslechtering van zijn gezondheid aan en verzocht om hernieuwde toekenning van een WAO-uitkering op grond van artikel 43a WAO, maar het Uwv weigerde dit omdat geen toename van medische beperkingen was vastgesteld. Ook de beëindiging van de ZW-uitkering werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de belastbaarheid van appellant niet was verminderd ten opzichte van de eerdere functionele mogelijkhedenlijst. Het gebruik van methylfenidaat gaf geen aanleiding tot arbeidsongeschiktheid. Appellant had onvoldoende medische onderbouwing geleverd om het oordeel te weerleggen. De Raad wees het beroep af en bevestigde de besluiten van het Uwv.
Uitkomst: Beide aangevallen uitspraken worden bevestigd; appellant krijgt geen WAO-uitkering en de ZW-uitkering wordt beëindigd.