ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding onroerend goed en werkzaamheden
Appellanten ontvingen vanaf 1994 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In 2008 en 2009 ontving de gemeente Nijmegen anonieme tips en een fraudemelding over werkzaamheden van appellant in België en het bezit van onroerend goed in Bosnië en Montenegro. Een sociaal rechercheur voerde onderzoek uit, waarbij bleek dat appellant in 2006 en 2007 werkzaamheden in België verrichtte en dat appellanten eigenaar waren van meerdere onroerende goederen in Bosnië en Montenegro.
Op grond van deze bevindingen trok het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen in 2009 de bijstand van appellanten met terugwerkende kracht in vanaf 27 december 2001 en vorderde de gemaakte kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit deels gegrond, vernietigde het terugvorderingsbesluit maar handhaafde de intrekking van de bijstand.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat appellant geen inkomsten uit dienstbetrekking had, dat er mogelijk misbruik was gemaakt van zijn persoonsgegevens en dat zij niet wisten van het bezit van het onroerend goed in Montenegro. De Raad oordeelde dat het oordeel van de rechtbank over het bezit van onroerend goed in Bosnië niet was aangevochten en dat appellanten de wettelijke inlichtingenplicht hadden geschonden. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was het college bevoegd de bijstand in te trekken. Het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens niet-melding van onroerend goed en werkzaamheden, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.