ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde bijstand ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellante ontving bijstand volgens de Wet werk en bijstand en kreeg een nabetaling van €518,24 na correctie van een fout in de berekening van de korting op inkomsten uit arbeid. Het college vorderde vervolgens €281,- terug als onverschuldigd betaalde bijstand. Appellante stelde dat het college door deze terugvordering in strijd handelde met het vertrouwensbeginsel, omdat zij mocht vertrouwen op de nabetaling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college bevoegd was tot terugvordering en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagde. Dit omdat er geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging was gedaan die gerechtvaardigde verwachtingen bij appellante wekte. Bovendien had appellante uit de specificatie kunnen afleiden dat de berekening niet juist was en had haar juridisch adviseur al om een herberekening gevraagd.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Assen, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €281,- blijft gehandhaafd.