ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Op 7 mei 2010 werd in haar woning een hennepkwekerij met 171 planten aangetroffen. Zij maakte geen melding van deze kwekerij, waardoor zij haar inlichtingenverplichting schond. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg trok de bijstand over de periode van 5 april 2009 tot en met 7 mei 2010 in en vorderde de kosten van bijstand van € 14.212,49 terug.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij inkomsten uit de hennepkwekerij had ontvangen en dat het recht op bijstand daardoor wel vastgesteld kon worden. Tevens stelde zij dat terugvordering niet passend was vanwege haar borderline persoonlijkheidsstoornis en de impact op haar genezingsproces. De Raad oordeelde dat appellante geen deugdelijke administratie had over de omvang van de kwekerij en inkomsten, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad bevestigde dat het college bevoegd was tot intrekking en terugvordering. De aangevoerde dringende redenen werden niet als voldoende erkend om van terugvordering af te zien. De uitspraak van de rechtbank Breda werd daarmee bekrachtigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.