ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar herziening en terugvordering studiefinanciering
Appellante had studiefinanciering ontvangen vanaf november 1997 en werd later geconfronteerd met herzieningsbesluiten in 2002 en 2003 waarbij terugvorderingen werden gedaan wegens onterecht toegekende toeslagen en wijziging van haar studiestatus. De Minister had deze besluiten verzonden naar het bij hem bekende adres, aangezien appellante pas in 2004 een adreswijziging had doorgegeven, terwijl zij volgens de Wet studiefinanciering 2000 verplicht was dit eerder te doen.
De rechtbank oordeelde dat de besluiten op juiste wijze waren bekendgemaakt en dat het bezwaarschrift van appellante te laat was ingediend. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat het bestuursorgaan mocht uitgaan van het laatst bekende adres en niet verplicht was voorafgaand aan verzending een adrescontrole uit te voeren of een waarschuwing te geven.
Appellante had onvoldoende feiten gesteld om het vermoeden van ontvangst op het juiste adres te ontzenuwen. Ook het niet tijdig indienen van bezwaar kon haar worden toegerekend, mede omdat zij na ontvangst van latere berichten over de schuld niet binnen redelijke termijn bezwaar maakte. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.