ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering in strijd met toezegging tijdens revalidatietraject
Appellant meldde zich ziek wegens duizeligheid en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend na beëindiging van zijn dienstverband. Op 5 juli 2010 werd door een verzekeringsarts van het UWV een traject bij Physique gestart met de toezegging dat appellant gedurende dit traject zijn ZW-uitkering zou behouden.
Ondanks deze toezegging beëindigde het UWV de uitkering per 20 september 2010, terwijl het traject nog liep. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat geen sprake was van een geldige toezegging en dat appellant op dat moment arbeid kon verrichten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders: de toezegging in de brief van 5 juli 2010 was uitdrukkelijk, onvoorwaardelijk en bevoegd gedaan. De verwachting van appellant dat de uitkering zou doorlopen was gerechtvaardigd. Het UWV had de uitkering niet eerder mogen beëindigen dan per 30 oktober 2010, het moment waarop het traject daadwerkelijk eindigde.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond, herroept het besluit tot beëindiging van de uitkering en bepaalt dat de uitkering pas op 30 oktober 2010 eindigt. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De ZW-uitkering van appellant wordt hersteld tot 30 oktober 2010 en het besluit tot eerdere beëindiging wordt vernietigd.