ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding griffierecht en beoordeling beroep tegen inhouding buitenlandbijdrage op AOW-pensioen
Appellante maakte bezwaar tegen de inhouding van een buitenlandbijdrage op haar AOW-pensioen door het College voor zorgverzekeringen (Cvz). Cvz verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en stelde een nieuw besluit vast dat het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen beide besluiten niet-ontvankelijk en wees vergoeding van griffierecht af.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over de griffierechtvergoeding en het beroep tegen het tweede besluit ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het griffierecht dat appellante betaalde voor het eerste besluit ook vergoed moest worden door Cvz, omdat het tweede besluit het eerste verving.
Verder concludeerde de Raad dat de gronden van appellante tegen het eerste besluit mede tegen het tweede besluit gericht moesten worden en dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het tweede besluit niet-ontvankelijk had verklaard. De Raad verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond en veroordeelde Cvz in de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Cvz moet het betaalde griffierecht vergoeden en het beroep tegen het besluit tot inhouding buitenlandbijdrage wordt ongegrond verklaard.