ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- E.J. Govaers
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schuldig nalatig verklaring voor niet-betaling premies volksverzekeringen 2006
Appellant, woonachtig in België, werd door de Sociale verzekeringsbank (Svb) schuldig nalatig verklaard voor het niet betalen van premies volksverzekeringen over het jaar 2006. De Belastingdienst had ambtshalve een aanslag vastgesteld omdat appellant de premies niet had voldaan. Appellant voerde aan dat hij ziek was en alleen een uitkering ontving waarop al premies werden ingehouden, en betwistte de aanslag.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de schuldig nalatigheid volgt uit artikel 61 Wfsv Pro wanneer een ambtshalve aanslag is vastgesteld en niet is betaald. Appellant stelde in hoger beroep dat geen afschrift van de ambtshalve aanslag was overgelegd en dat hij de aanslag betwistte, mede vanwege een lopende procedure tegen de Belastingdienst.
De Raad overwoog dat het oordeel van de rechtbank over het niet-ontvankelijk verklaren van bezwaar tegen een brief niet was bestreden en dat het geschil zich beperkte tot de schuldig nalatig verklaring over 2006. Uit de gegevens van de Belastingdienst bleek dat de aanslag ambtshalve was vastgesteld en niet was betaald, wat volgens vaste jurisprudentie leidt tot schuldig nalatigheid. Ook indien de aanslag onjuist zou zijn, kan dit niet leiden tot vernietiging van de schuldig nalatig verklaring, omdat dit een aparte procedure bij de Belastingdienst vereist.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de schuldig nalatig verklaring over 2006 wordt bevestigd.