ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. de Mooij
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schuldig nalatig stellen premieplichtige wegens niet-betaling AOW-premies 1999-2000
Appellant werd door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) schuldig nalatig verklaard voor het niet betalen van de AOW-premies over de jaren 1999 en 2000. De aanslagen waren ambtshalve vastgesteld omdat appellant geen of onvoldoende medewerking had verleend bij het vaststellen van het premie-inkomen. Appellant voerde aan dat het faillissement van zijn zalmrokerij en de daaruit voortvloeiende verliezen het niet betalen verklaarden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het faillissement tot het normale ondernemersrisico behoort en dat het niet betalen van de aanslagen appellant kan worden toegerekend. Tevens stelde de Raad dat indien appellant meende dat de curator tekort was geschoten, hij daartegen zelf actie had moeten ondernemen.
De Raad baseerde zich op de wettelijke bepalingen uit artikel 18 van Pro de Wet financiering volksverzekeringen (Wfv) en artikel 61 van Pro de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv), waarin is bepaald dat bij ambtshalve vastgestelde aanslagen sprake is van schuldig nalaten. Er werd geen aanleiding gezien om af te wijken van deze jurisprudentie. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 27 augustus 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant schuldig nalatig is de AOW-premies over 1999 en 2000 te betalen.