ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslagbesluit wegens vervroegd uittreden en schadeloosstelling niet genoten verlofdagen
Appellant, sinds 1980 werkzaam als burgerambtenaar bij de Koninklijke Marine, werd ontslagen wegens ongeschiktheid en later wegens vervroegd uittreden. Na eerdere procedures werd een schadeloosstelling toegekend voor niet genoten verlofdagen over 1999 en fiscaal nadeel door uitbetaling van achterstallig salaris.
Appellant betwistte het gehanteerde uurloon voor de vergoeding van verlofdagen en de ingangsdatum van de wettelijke rente, evenals de geldigheid van het ontslagbesluit wegens vervroegd uittreden omdat het automatisch was opgemaakt en niet ondertekend.
De Raad oordeelde dat het uurloon uit 1999 correct is toegepast, aangezien de vergoeding betrekking heeft op dat jaar. De wettelijke rente is terecht berekend vanaf de datum van het oorspronkelijke ontslagbesluit in 2002, omdat de aanspraak op betaling toen ontstond. Het formele gebrek in het ontslagbesluit is bij bezwaar hersteld, waardoor appellant niet in zijn belangen is geschaad.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het beroep van appellant af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslagbesluit en de schadeloosstelling zoals vastgesteld door de minister.