ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel bij voortijdige beëindiging re-integratietraject door bijstandsgerechtigde
Appellant ontvangt sinds 1997 bijstand en volgde meerdere re-integratietrajecten. Begin maart 2010 is een nieuw trajectplan overeengekomen gericht op werk in de autotechniek, uitgevoerd door Kasama Consultancy. Op 23 april 2010 ontstond een incident op de werkvloer waarbij appellant de werkplek voortijdig verliet na onenigheid met de trajectbegeleider. Kasama beëindigde daarop het traject.
Het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder stelde een maatregel van 50% korting op de bijstand in voor een maand, ingaand 1 mei 2010, omdat het voortijdig beëindigen van het traject aan appellant werd toegerekend. Deze maatregel werd gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze maatregel ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college ten onrechte hem in trede 5 van de activeringsladder plaatste en dat de maatregel te zwaar was. De Raad overwoog dat het wassen van auto’s een reguliere taak was en appellant geen zwaarwegende reden had om het verzoek van de trajectbegeleider te weigeren. Zijn obscene uitingen en het verlaten van de werkplek maakten dat het beëindigen van het traject volledig aan hem kon worden toegerekend.
De indeling in trede 5 was passend gezien zijn beroepswens en opleidingsniveau. Ook de persoonlijke omstandigheden van appellant, zoals het hebben van kleine kinderen, gaven geen aanleiding tot een lichtere maatregel. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De maatregel van 50% korting op de bijstand wegens voortijdige beëindiging van het re-integratietraject wordt bevestigd.