ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor reeds betaalde legeskosten verblijfsvergunning
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor legeskosten van €830,- in verband met een aanvraag voor verlenging van een verblijfsvergunning voor gezinshereniging. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten al voldaan waren op het moment van de aanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van artikel 11, eerste lid, WWB geen bijstand wordt verleend voor kosten die ten tijde van de aanvraag al zijn voldaan. Uit de stukken bleek dat appellant de legeskosten op 27 juli 2011 had betaald, terwijl de aanvraag op 28 juli 2011 werd ondertekend en op 3 augustus 2011 ontvangen door het college.
Appellant voerde geen omstandigheden aan die een uitzondering op deze regel rechtvaardigen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor legeskosten wordt afgewezen omdat de kosten al voldaan waren op het moment van de aanvraag.