ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens gezamenlijke huishouding op basis van fiscaal partnerschap
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Hij gaf aan dat hij samenwoonde met een goede vriend van wie hij de woonruimte huurt. In 2008 maakten zij gebruik van fiscaal partnerschap vanwege fiscaal voordeel. Het college wees de aanvraag af omdat zij volgens de registratie als fiscale partners een gezamenlijke huishouding voeren, wat de bijstand uitsluit.
Appellant voerde aan dat de registratie als fiscale partners onterecht was en overhandigde correspondentie met de Belastingdienst waaruit bleek dat bij de definitieve aanslag het fiscaal partnerschap niet werd toegepast. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de registratie op het moment van voorlopige aanslagen rechtsgevolgen had en geen administratieve fout was vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de wijziging in het standpunt van de inspecteur het gevolg was van gewijzigde presentatie door appellant en zijn vriend. Het risico dat zij als partners worden aangemerkt voor de WWB is voor rekening van appellant. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de bijstandsaanvraag.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat appellant en zijn vriend als fiscale partners een gezamenlijke huishouding voeren.