ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor schoonmaakwerk
Appellante ontving vanaf november 2008 een Ziektewetuitkering vanwege voetklachten en later rugklachten na een val. Het UWV beëindigde de uitkering per november 2009 omdat zij via een uitzendbureau als schoonmaakster ging werken. Na een nieuwe ziekmelding in februari 2010 wegens rugklachten kreeg zij opnieuw een ZW-uitkering.
Een verzekeringsarts concludeerde in mei 2010 dat appellante geschikt was voor schoonmaakwerk, ondanks haar voetklachten, die niet waren veranderd. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde dit oordeel in juli 2010. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medische oordeel zorgvuldig en volledig was.
In hoger beroep bracht appellante geen nieuwe medische gegevens in en herhaalde zij haar eerdere stellingen dat zij door haar voetklachten niet in staat was het werk te verrichten. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de beëindiging van de ZW-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering wegens geschiktheid voor schoonmaakwerk.