ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als huishoudelijk- en persoonlijk verzorger en meldde zich ziek met rug-, buik-, en later rechterhand- en polsklachten. Na ontslag vroeg zij een WIA-uitkering aan. Een verzekeringsarts stelde beperkingen vast en stelde dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het UWV wees de uitkering af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de beperkingen juist in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waren vastgelegd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar hand- en polsklachten onvoldoende waren meegewogen.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld, mede op basis van onderzoek en informatie van een orthopedisch chirurg. De arbeidsdeskundige had bovendien onderbouwd dat appellante geschikt was voor haar maatgevende werk. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.