ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- M.C. Bruning
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Onmogelijkheid afwijking toetsingsinkomen bij terugbetaling studiefinanciering
Betrokkene heeft studiefinanciering ontvangen en moest voor 2011 een bedrag van €110,13 per maand terugbetalen, gebaseerd op het verzamelinkomen in het peiljaar 2009. Betrokkene stelde dat zijn draagkracht nihil moest zijn, omdat het inkomen in 2009 niet afweek van voorgaande jaren. De rechtbank oordeelde dat de hardheidsclausule toegepast moest worden omdat het door de Belastingdienst vastgestelde inkomen een vertekend beeld gaf en stelde de draagkracht op nihil.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het toetsingsinkomen strikt volgens artikel 11.5, tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) moet worden vastgesteld en dat afwijking via de hardheidsclausule niet mogelijk is. De wetswijziging per 1 januari 2008 heeft het eerdere beleid achterhaald en de rechter kan de innerlijke waarde van de wet niet ter discussie stellen.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Betrokkene kan zich wenden tot de instantie die de inkomensgegevens verstrekt als hij meent dat deze onjuist zijn. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.