ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende aantoonbare wijziging van vermogen
Appellante ontving sinds 2007 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college trok de bijstand in over de periode 2007 tot 2010 vanwege een te hoog vermogen en vorderde de kosten terug. Na een nieuwe aanvraag in mei 2010 wees het college deze af omdat appellante niet had aangetoond dat zij aan de voorwaarden voldeed.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel aan de voorwaarden voldeed, onder meer met een e-mail in het Turks waarin familieleden verklaarden dat zij geld hadden teruggegeven. De Raad oordeelde dat dit geen objectief en verifieerbaar bewijs was en dat het bedrag in de e-mail niet overeenkwam met het eerder vastgestelde vermogen.
Verder stelde appellante dat zij door het tijdsverloop op haar vermogen had ingeteerd, maar de Raad stelde vast dat de periode te kort was en het resterende vermogen nog steeds hoger was dan het vrij te laten bedrag. Daarom was het college terecht tot afwijzing gekomen en werd de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt afgewezen omdat appellante onvoldoende heeft aangetoond dat zij op het moment van aanvraag had ingeteerd op haar vermogen.