ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid schoolverlaterskorting in inkomensvoorziening alleenstaande ouder
Appellante, een alleenstaande ouder die studiefinanciering ontving tot eind 2009, kreeg een inkomensvoorziening toegekend op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ) met toepassing van een schoolverlaterskorting van 25% gedurende zes maanden na het beëindigen van haar studie. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht paste deze korting toe en hield rekening met de WSF-norm voor levensonderhoud.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de korting aanvankelijk gegrond vanwege onvoldoende motivering, waarna het college het besluit nader motiveerde. In hoger beroep stelde appellante dat de korting discrimineert en in strijd is met diverse nationale en internationale rechtsnormen, waaronder het EVRM en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
De Raad oordeelde dat er geen sprake is van ongelijke behandeling van gelijke gevallen, omdat studenten een andere positie innemen dan niet-studenten. De korting is een buitenwettelijk begunstigend beleid dat consistent is toegepast. Daarnaast is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de korting het recht op een normaal gezinsleven schendt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de schoolverlaterskorting bevestigd.