ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- C.G. Kasdorp
- M.F. Wagner
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen bankrekening en kasstortingen
Appellante ontving van 2003 tot 2009 bijstand en had een bankrekening die zij niet had gemeld aan het college. Na een signaal van het Inlichtingenbureau werd onderzoek gedaan, waaruit bleek dat er aanzienlijke kasstortingen en opnames waren zonder voldoende verklaring. Het college trok de bijstand in over bepaalde periodes en vorderde een deel terug.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep. Zij stelde dat de bankrekening vooral werd gebruikt voor geldinzamelingen van een Somalische hulpstichting en dat het saldo nooit boven de vrij te laten vermogensgrens kwam. De Raad oordeelde dat de verklaring onvoldoende was en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat het tegoed niet haar vermogen betrof.
Verder kon appellante niet overtuigend verklaren over de herkomst van kasstortingen en de besteding van opgenomen bedragen. Door de schending van de inlichtingenverplichting kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van een bankrekening en onvoldoende duidelijkheid over kasstortingen worden bevestigd.