ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstand wegens onvoldoende medewerking aan arbeidsinschakeling herzien
Appellant ontving bijstand en werd verplicht mee te werken aan arbeidsinschakelingstrajecten. Hij zegde meerdere afspraken af zonder geldige redenen en verscheen eenmaal niet op een gesprek. Het college legde een verlaging van 100% van de bijstand op wegens niet meewerken aan een traject.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een gedraging van de tweede categorie (volledige weigering deelname aan traject). Wel was sprake van een gedraging van de eerste categorie: onvoldoende medewerking aan onderzoek naar arbeidsinschakeling.
De Raad vernietigde het besluit en stelde de verlaging vast op 30% gedurende één maand, passend bij de ernst van de gedraging en eerdere aankondiging. Tevens werd het college veroordeeld in proceskosten en griffierechten. Hiermee werd het beroep van appellant gegrond verklaard en het besluit aangepast.
Uitkomst: De bijstand van appellant wordt met ingang van 1 september 2010 gedurende één maand verlaagd met 30%.