ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht autohandel
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1997. Naar aanleiding van een tip startte de gemeente een onderzoek waaruit bleek dat appellanten jarenlang actief waren in de autohandel zonder dit te melden. Dit leidde tot intrekking van de bijstand over de periode 1 februari 2000 tot 29 mei 2009 en terugvordering van de betaalde bedragen.
De Raad oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat appellanten zich voortdurend met autohandel bezighielden en daarmee hun inlichtingenplicht schonden. Door het ontbreken van een deugdelijke administratie kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld, waardoor intrekking gerechtvaardigd was.
Verder werd het beroep tegen de ingangsdatum van de toegekende bijstand vanaf 2 september 2009 verworpen, omdat er geen nieuwe feiten of bijzondere omstandigheden waren die een terugwerkende kracht rechtvaardigden.
De rechtbank had de ingangsdatum zonder onderscheid beoordeeld, maar de Raad verbeterde dit en bevestigde het oordeel. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.