ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- B. Barentsen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding na berisping ambtenaar
Appellant, een ambtenaar, had bezwaar gemaakt tegen een berisping opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Na vernietiging van de berisping door de rechtbank vroeg appellant vergoeding van materiële en immateriële schade. Het college wees dit verzoek af, maar bood coulance voor een vergoeding van maximaal €100 voor een yogacursus.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat de regeling voor proceskostenvergoeding in de Algemene wet bestuursrecht limitatief is en dat er geen reden was voor aanvullende vergoeding. Ook stelde de rechtbank dat de vergoeding van de yogacursus niet was herroepen en dat appellant geen recht had op volledige vergoeding.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij recht had op een hogere vergoeding voor de yogacursus en immateriële schadevergoeding wegens geestelijk letsel door de berisping. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de yogacursus noodzakelijk was of verband hield met de berisping. Ook was er geen bewijs van geestelijk letsel, aantasting van eer of goede naam, of lichamelijk letsel door de berisping.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor een aanvullende proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.