ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motiveringsgebrek bij weigering WIA- en WAO-uitkering
Appellant heeft in hoger beroep bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om een WIA- en WAO-uitkering toe te kennen. Hij betwist de geschiktheid van de voorgestelde functies vanwege zijn opleidingsniveau en fysieke beperkingen.
De Raad stelt vast dat appellant geen nieuwe medische informatie heeft aangevoerd die tot een andere conclusie leidt dan bij de rechtbank. De arbeidsdeskundige heeft drie functies als passend aangeduid, waaronder sorteerder/controleur. De Raad oordeelt dat de motivering omtrent de fysieke geschiktheid voor deze functie onvoldoende is, omdat de beperking in boven schouderhoogte actief zijn niet adequaat is meegenomen.
Daarom is sprake van een motiveringsgebrek in strijd met artikel 7:12, eerste lid, Awb. De Raad draagt het UWV op dit gebrek binnen zes weken te herstellen door een nieuwe motivering te geven of een andere passende functie aan te wijzen, en zo nodig de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw vast te stellen. Tevens wordt aanbevolen rekening te houden met het lage opleidingsniveau van appellant.
Uitkomst: Het motiveringsgebrek in het UWV-besluit wordt vastgesteld en het UWV wordt opgedragen dit binnen zes weken te herstellen.