ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en weigering schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard wegens rug-, nek- en schouderklachten, werd door het UWV herbeoordeeld met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen ernstiger waren, mede door medicijngebruik, psychosomatische klachten en bijkomende aandoeningen, hetgeen niet werd erkend in de functionele mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit ongegrond, waarbij psychosomatische klachten buiten beschouwing werden gelaten op grond van artikel 37, tweede lid, van de WAO. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de medicijngebruik-gerelateerde klachten onvoldoende zijn aangetoond en dat de beperkingen in de FML adequaat zijn. De Raad bevestigt dat de psychosomatische klachten niet leiden tot een herziening van de uitkering.
De Raad vernietigt het eerste besluit en verklaart het beroep daarop gegrond, terwijl het beroep tegen het tweede besluit ongegrond wordt verklaard. Tevens wordt het onderzoek heropend voor een nadere uitspraak over het verzoek van appellant om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de Staat der Nederlanden als partij wordt betrokken. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit wordt gegrond verklaard en het tweede ongegrond, met heropening van het onderzoek over schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.