ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en onjuist hoofdverblijf
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een anonieme melding over haar woon- en leefsituatie startte de gemeente Arnhem een onderzoek. Uit dit onderzoek bleek dat de woning op het uitkeringsadres van 6 februari 2008 tot 16 september 2009 was afgesloten van gas en elektriciteit en dat appellante afwisselend elders verbleef.
Het college besloot de bijstand met ingang van 11 december 2009 te beëindigen en in te trekken over de periode van 1 september 2008 tot 11 december 2009, omdat appellante niet aannemelijk kon maken dat zij haar hoofdverblijf had op het uitkeringsadres. Appellante tekende bezwaar aan tegen de intrekking, maar dit werd grotendeels afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep voerde appellante aan dat het huisbezoek niet op redelijke gronden was uitgevoerd en dat haar toestemming niet vrijwillig was gegeven. De Raad oordeelde dat er wel een redelijke grond was voor het huisbezoek, dat de toestemming rechtsgeldig was en dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden door haar werkelijke woonsituatie niet te melden.
Gelet op deze feiten en het beleidskader was het college bevoegd de bijstand in te trekken. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.