ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand wegens gezamenlijke huishouding met ex-echtgenoot
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder na haar verhuizing naar Amersfoort. De sociale recherche stelde een onderzoek in naar haar woonsituatie nadat melding was gemaakt dat zij samenwoonde met haar ex-echtgenoot, met wie zij vijf kinderen heeft. Op basis van het onderzoek besloot het college de bijstand per 1 juli 2010 niet uit te betalen en per 31 augustus 2010 te beëindigen, omdat appellante onjuiste informatie had verstrekt over haar gezamenlijke huishouding.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante onder meer aan dat zij een tolk nodig had vanwege haar beperkte beheersing van de Nederlandse taal, maar dit verzoek werd afgewezen omdat zij de verklaring zonder voorbehoud had ondertekend en feitelijke gegevens kon verstrekken. Tevens werd het hoger beroep tegen het niet uitbetalen van de bijstand per 1 juli 2010 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
De Raad oordeelde dat op 31 augustus 2010 sprake was van een gezamenlijke huishouding tussen appellante en haar ex-echtgenoot, die regelmatig bij haar verbleef en samen met haar de kinderen opvoedde. Hierdoor kon appellante niet langer als zelfstandig rechtssubject worden beschouwd en had zij geen recht meer op bijstand als alleenstaande ouder. Het college handhaafde de beëindiging van de bijstand per 31 augustus 2010 terecht.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het niet uitbetalen van de bijstand per 1 juli 2010 is niet-ontvankelijk en de beëindiging van de bijstand per 31 augustus 2010 wordt bevestigd.