ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3442
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-uitkering en vaststelling arbeidsongeschiktheid en verdiencapaciteit
Appellante had bezwaar gemaakt tegen besluiten van het UWV omtrent haar WGA-uitkering en de vaststelling van haar mate van arbeidsongeschiktheid en resterende verdiencapaciteit per 27 juli 2009. Na eerdere procedures stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 80 tot 100% per 21 april 2008 en op 35 tot 45% per 27 juli 2009, met een resterende verdiencapaciteit van €786,13 per maand.
De rechtbank had het beroep tegen het besluit van 27 juli 2009 gegrond verklaard vanwege onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar het hoger beroep richtte zich tegen het oordeel van de rechtbank over de medische grondslag en de geschiktheid van bepaalde functies voor appellante. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts overtuigend en inzichtelijk was en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst van 26 augustus 2008 ook geldig was voor de schatting per 27 juli 2009.
Verder vond de Raad dat de bezwaararbeidsdeskundige en bezwaarverzekeringsarts de geschiktheid van appellante voor de functies wikkelaar, inpakker en metaalbewerker voldoende hadden onderbouwd, ondanks enkele signaleringen van mogelijke overschrijdingen van belastbaarheid. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van arbeidsongeschiktheid en verdiencapaciteit per 27 juli 2009 blijft in stand.