ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over vaststelling eigen bijdrage Wmo en AWBZ door CAK
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van haar eigen bijdrage over de periodes 1/2011 tot en met 4/2011 door het Centraal Administratiekantoor Bijzondere Zorgkosten (CAK). Zij stelde dat CAK de regelgeving onjuist toepaste door zowel de Wmo- als AWBZ-bijdrage te innen tot aan het bedrag van de maximale periodebijdrage, terwijl volgens haar de hoogste bijdrage als uitgangspunt moet gelden en de andere op nihil moet worden gezet.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat het ‘vastgestelde’ bedrag in artikel 16d, vierde lid, van het Bijdragebesluit zorg (Bbz) niet de feitelijk te betalen eigen bijdrage betreft, maar de maximale periodebijdrage. CAK moet erop toezien dat de som van de eigen bijdragen deze maximale bijdrage niet overschrijdt.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat een eventuele stapeling van eigen bijdragen van Wmo en AWBZ binnen de maximale periodebijdrage kan worden verrekend. Het beroep van appellante faalt dan ook en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.