ECLI:NL:CRVB:2014:4010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling eigen bijdrage Wmo en AWBZ door CAK
Appellante maakte bezwaar tegen door het CAK vastgestelde eigen bijdragen voor verleende zorg op grond van de Wmo en AWBZ, stellende dat de regelgeving onjuist werd toegepast. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het 'vastgestelde bedrag' in artikel 16d, vierde lid, van het Bbz de maximale periodebijdrage betreft.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat bij stapeling van eigen bijdragen de hoogste bijdrage als uitgangspunt moet gelden en de andere op nihil of gecorrigeerd moet worden gezet. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het 'vastgestelde bedrag' niet de feitelijke eigen bijdrage is, maar de maximale periodebijdrage, en dat het CAK moet toezien op het niet overschrijden van deze maximale bijdrage.
De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin werd bevestigd dat een stapeling van eigen bijdragen uit Wmo en AWBZ binnen de AWBZ kan worden verrekend tot de maximale periodebijdrage. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het CAK de eigen bijdragen voor Wmo en AWBZ correct heeft vastgesteld en wijst het hoger beroep af.