ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering pensioenpremies wegens ontbreken schriftelijke uitvoeringsovereenkomst
Appellant was vanaf oktober 2008 in dienst bij Connexion Point MVS B.V. en had recht op deelname aan een pensioenregeling, waarbij de werkgever pensioenpremies zou betalen. Werkgeefster hield vanaf september 2009 pensioenpremies in op het loon van appellant en droeg deze af aan Zwitserleven. Na ontbinding van de arbeidsovereenkomst en faillissement van werkgeefster, verzocht appellant het Uwv om overname van de betalingsverplichtingen van werkgeefster.
Het Uwv betaalde pensioenpremies over een deel van de periode, maar verklaarde het bezwaar van appellant tegen het besluit ongegrond omdat niet was gebleken dat werkgeefster bedragen aan derden verschuldigd was. De rechtbank oordeelde dat geen pensioenovereenkomst tot stand was gekomen omdat de uitvoeringsovereenkomst niet was ondertekend.
In hoger beroep stelde appellant dat de pensioenovereenkomst wel tot stand was gekomen, onder andere door de inhoud van de arbeidsovereenkomst en de feitelijke inhoudingen. De Raad oordeelde echter dat op grond van artikel 23 van Pro de Pensioenwet een schriftelijke uitvoeringsovereenkomst vereist is, die niet was ondertekend door werkgeefster en Zwitserleven. De feitelijke betalingen en het aanvraagformulier vormen geen geldige uitvoeringsovereenkomst.
Daarom is geen sprake van een betalingsverplichting jegens derden en heeft appellant geen recht op uitkering op grond van artikel 64 van Pro de Werkloosheidswet. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op uitkering omdat geen schriftelijke uitvoeringsovereenkomst is gesloten.