ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand en maakte in 2009 en 2010 meerdere geldbedragen over naar rekeningen in het buitenland. Het college stelde dat zij deze gelden beschikte of redelijkerwijs kon beschikken en dat zij dit niet had gemeld, waardoor zij haar inlichtingenverplichting schond.
Appellante voerde aan dat het geld niet van haar was, maar van een vriendin die haar had gevraagd het over te maken omdat zij zelf geen geldig legitimatiebewijs had. De Raad vond de verklaring van de vriendin ongeloofwaardig en oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet over de gelden beschikte.
De Raad bevestigde het besluit van het college om de bijstand over de betreffende maanden in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.