ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4855
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens te late WIA-aanvraag zonder bijzondere omstandigheden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV dat de loondoorbetalingsperiode met 58 dagen verlengde vanwege een te late WIA-aanvraag van werknemer. De aanvraag had uiterlijk op 19 juli 2009 ingediend moeten zijn, maar werd pas op 15 september 2009 ontvangen.
De rechtbank had het bezwaar van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard, maar het besluit vernietigd vanwege het zonder toestemming achterwege laten van een hoorzitting, zonder de rechtsgevolgen te wijzigen. Appellante stelde dat de aanvraag al eind juni was ingediend en dat het UWV niet adequaat reageerde op haar contacten.
De Raad oordeelt dat het UWV terecht het besluit heeft genomen en dat de dwingendrechtelijke bepalingen omtrent de termijn niet kunnen worden genegeerd. De enkele verklaring van de zoon van werknemer is onvoldoende om bijzondere omstandigheden aan te tonen die afwijking rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De loonsanctie wegens te late WIA-aanvraag wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.