ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering verkorting loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam over de weigering van appellant om de loonsanctie van 52 weken te verkorten. De loonsanctie was opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door betrokkene als werkgever.
De rechtbank had het beroep tegen het eerste besluit tot handhaving van de loonsanctie ongegrond verklaard, maar het beroep tegen het tweede besluit tot weigering van verkorting van de loonsanctie gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De rechtbank vond dat betrokkene vanaf 20 oktober 2009 had voldaan aan haar re-integratieverplichtingen, mede gelet op de toekenning van een IVA-uitkering aan de werkneemster.
In hoger beroep stelt appellant dat de toekenning van de IVA-uitkering niet betekent dat de re-integratie-inspanningen in het tweede spoor niet nodig waren. Uit rapportages blijkt dat betrokkene na de uitval van de werkneemster op 19 oktober 2009 geen re-integratieactiviteiten meer heeft ontplooid, terwijl er wel benutbare mogelijkheden waren.
De Raad concludeert dat betrokkene de tekortkomingen niet heeft hersteld, omdat zij na 19 oktober 2009 onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar het tweede spoor. De toekenning van de IVA-uitkering kan niet leiden tot een andere conclusie. Daarom wordt het beroep tegen het tweede besluit ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak vernietigd voor zover die dit betreft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de weigering tot verkorting van de loonsanctie.