ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een anonieme tip startte de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid een onderzoek naar mogelijke samenwoning van appellanten, waarbij diverse onderzoeksmethoden werden ingezet, zoals observaties, verhoren en huisbezoek.
Het college concludeerde dat appellanten vanaf 1 september 2008 een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenverplichting opleverde. Op grond hiervan werd de bijstand van appellante ingetrokken en teruggevorderd.
Appellanten voerden aan dat de observaties onvoldoende waren om samenwoning aan te tonen en dat de inlichtingenverplichting slechts gedeeltelijk was geschonden. De Raad oordeelde echter dat het college aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, mede op basis van verklaringen van buurtbewoners, waterverbruikgegevens, observaties en het huisbezoek.
De Raad bevestigde dat appellante geen recht had op bijstand als alleenstaande en dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding.