ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4994
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking bijstand wegens niet-hoofdverblijf
Verzoeker ontving sinds 2003 bijstand en stond ingeschreven op een adres. In 2011 startte het college een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij bleek dat verzoeker niet zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres. Het college trok de bijstand per 1 september 2011 in en vorderde de bijstand over de periode 2007-2011 terug wegens schending van de inlichtingenplicht.
Verzoeker stelde dat het opvragen van energie- en waterverbruiksgegevens een onrechtmatige inbreuk op zijn privacy vormde, maar de Raad oordeelde dat het college op grond van de WWB bevoegd was deze gegevens op te vragen en dat de inbreuk proportioneel was. De voorzieningenrechter achtte het aannemelijk dat verzoeker niet op het uitkeringsadres woonde, mede op basis van het huisbezoek en het lage verbruik.
Het verzoek om voorlopige voorziening om bijstand als voorschot te ontvangen en de terugvordering te schorsen werd afgewezen. De Raad achtte het financieel belang van verzoeker spoedeisend, maar verwachtte dat de intrekking en terugvordering in stand zouden blijven. De invordering van een klein bedrag werd voorlopig geschorst in afwachting van het hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wordt afgewezen.