ECLI:NL:CRVB:2009:BK8311
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht woonadres
Appellante ontving sinds 1995 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een gegevensuitwisseling met het waterbedrijf en een huisbezoek concludeerde het College dat appellante niet woonachtig was op het opgegeven adres. Hierdoor werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen, onder meer vanwege een inbreuk op haar privéleven en huisrecht. De Raad oordeelde dat de gegevensuitwisseling en het huisbezoek proportioneel en gerechtvaardigd waren, met voldoende rechtvaardiging en informed consent.
De Raad bevestigde dat appellante de inlichtingenplicht had geschonden door onjuiste woonadresgegevens te verstrekken, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken, terug te vorderen en een maatregel op te leggen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht over het woonadres.