ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidsgegevens
Appellante, geboren in 1956, vroeg in 2009 een Wajong-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid sinds circa 1975. Het UWV stelde arbitrair 1 januari 2007 vast als eerste arbeidsongeschiktheidsdag en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat beoordeling op basis van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) moest plaatsvinden vanwege het overgangsrecht.
De rechtbank vond dat het ontbreken van voldoende medische en arbeidsgegevens uit de relevante periode voor rekening van appellante kwam, mede door de laattijdige aanvraag. Het verzekeringsgeneeskundig onderzoek werd als zorgvuldig beoordeeld. Appellante bracht geen aanvullende medische stukken in die een eerdere arbeidsongeschiktheid aannemelijk maakten.
In hoger beroep bevestigde de Raad deze overwegingen. Het overgangsrecht van de AAW is van toepassing, waarbij vereist is dat de arbeidsongeschiktheid ten minste 52 weken onafgebroken bestond vóór 1 oktober 1976. Door het ontbreken van voldoende bewijs kon de Raad het UWV-standpunt volgen dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet eerder dan 1 januari 2007 ligt. Appellante slaagde er niet in haar stellingen met voldoende gegevens te onderbouwen, zodat de weigering van de Wajong-uitkering werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid vóór 1 januari 2007.